In het deeg op Sardinië

Een antropoloog bereikt niets via een notitieblokje en wat observeren. Met de voeten in de klei moet je. Of zoals op bijgaande foto met de handen in het deeg! Ik ben bezig met het bereiden van Sardijnse koekjes en dat is geen sinecure. Tenminste niet volgens de heersende taakopvatting in het Zuid-Sardijnse dorp waar ik mijn veldwerk onderzoek heb gedaan. Alle hoekjes en randjes moeten via een ingewikkelde geometrische techniek voldoen aan bepaalde maten en vormen. Het spreekt bijna vanzelf dat die van mij niet voldoen aan deze hoge standaarden.

Doorbraak

Gelukkig gelden er voor mij andere normen. Mijn talrijke fouten – zelfs afwassen doe ik niet goed genoeg – worden door de vingers gezien. Tenslotte ben ik een buitenlander en belangrijker nog: ik heb gestudeerd aan de universiteit. Dat laatste stelt me in hoog aanzien. Een blok aan mijn been. Ieder gesprek verstomt als ik erbij kom zitten onder het mom: wat moeten we in godsnaam met haar bespreken? Onze dorpspraat zal haar vast niet interesseren. Mis! Daar gaat het mij juist om: dorpspraat. Wat moet ik doen om erbij te horen?  Mijn eerste doorbraak komt via een medische omweg. Ik krijg blaasontsteking. In het dorp is geen arts. Waar moet ik heen? Aarzelend zoekend naar de juiste woorden – nog geen internet in die tijd – en wijzend op mijn onderlichaam probeer ik duidelijk te maken wat ik heb. Alle zes vrouwen onder het schaduw gevende gebladerte van de boom waar ze hun middagen doorbrengen, weten direct waarover ik het heb. Sterker nog: ze overladen me met adviezen, vertellen over de kwalen die hen plagen en gebaren me er vooral bij te komen zitten.

Jampotje

Iedereen spreekt door elkaar, wijst op verschillende lichaamsdelen waaraan iets schort en somt op welke medicijnen zijn voorgeschreven. Een van de vrouwen maant me te blijven zitten en vooral niet weg te gaan, ze gaat even iets halen. Natuurlijk blijf ik zitten. Zo volledig opgenomen in het gezelschap ben ik nooit geweest. Eindelijk een doorbraak. Eindelijk hoor ik erbij. ‘Kijk es!’ roept de vrouw die zoëven wegging om iets te halen. In haar hand houdt ze een soort jampot waarmee ze triomfantelijk heen en weer zwaait. De andere vrouwen kijken gehypnotiseerd naar het potje. Mij zegt het allemaal niets. Ik zie een paar stenen en haal mijn schouders op. ‘Kijk es goed…wat zijn dit?’ Ze houdt het potje nu bijna tegen mijn neus aan. Om me heen klinkt gelach. Daar ben ik ondertussen wel aan gewend: een beetje uitgelachen te worden. Maar dit lachen is luider dan normaal. ‘Geen idee,’ zeg ik en haal mijn schouders nog maar eens op om te benadrukken dat ik echt in het duister tast. ‘Dat zijn mijn nierstenen,’ zegt ze met een stem vol trots. ‘Zie je hoe groot ze zijn? Die zaten allemaal hier.’ Ze wijst op een plek in haar zij. Zorgvuldig vist ze de grootste uit het potje. ‘Alsjeblieft. De steen voelt plakkerig aan tussen mijn vingers. Ik wil hem teruggeven. Daar wil de vrouw niets van horen. Ik mag hem houden. Een cadeau van haar aan mij. ‘Dank je wel, ’mompel ik en neem me voor de steen zo gauw mogelijk weg te gooien zonder dat iemand het ziet. Voorlopig zit er niets anders op dan het kleffe ding bij me te houden.

Het is niet anders: je moet offers brengen voor een plekje in de groep.

Happy antropologie

In februari 2023 verschijnt Dochter van mijn ziel bij uitgeverij Droomvallei. Een relatieroman over de duistere kanten van de liefde tegen de achtergrond van het dorpsleven op Sardinië.

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.