334083_197914646941274_1269224017_o

Schrijven doe ik eigenlijk al mijn hele leven. Als zes jarige schreef ik het korte verhaal De Gierigaard en sindsdien ben ik niet meer gestopt.

Als oudste dochter van Indische ouders, ben ik niet alleen opgevoed met nassi goreng maar vooral ook met verhalen. Mijn vader vertelde iedere avond voor het slapen gaan over reus Kaalkop, draak Peichoen en bediende Falstaf. Bij het ontbijt volgden verhalen over kabouter Puntmuts en zijn stoute vriendje Sjabesje. Door alle spanning en humor heen, klonk altijd ook de stem van heimwee naar het geboorteland en van pijn over de uitgewiste jeugd. Gevoelens die, ongewild, werden doorgegeven aan de volgende generatie en misschien wel de bron vormen van mijn schrijverschap.

Op de lagere school begon ik met schrijven van korte verhalen en las die vervolgens voor aan mijn zusje en kinderen in de buurt. Vanaf die tijd loopt schrijven als een rode draad door mijn leven. Een continu leerproces want schrijven leer je door te schrijven en het kan altijd beter. Na een aantal cursussen aan de Schrijversvakschool om het roman genre beter in de vingers te krijgen, begon ik aan de roman Foute Sarah’s. Dit boek is in 2011 verschenen bij uitgeverij Mistral. Kort daarop is Foute Sarah’s omgewerkt tot muzikaal theaterstuk en opgevoerd in theaters verspreid door Nederland. Begin 2015 verscheen mijn tweede roman, Rusteloze Benen, bij uitgever Aerialmedia. In oktober 2015 zal mijn nieuwste boek, de verhalenbundel Verbrande levens, verschijnen bij uitgeverij LetterRijn.

Naast mijn schrijfwerkzaamheden werk ik als redacteur/communicatie adviseur bij Expertisecentrum Gezondheidsverschillen in Utrecht. Tot slot, last but zeker niet least, heb ik twee kanjers van kinderen die op eigen benen het leven trotseren en een partner met wie ik al vele jaren samenwoon in de meest inspirerende stad van Nederland: Amsterdam.